Haarlems MoNUment

Steun voor de stadsdichter - ik ben erg verguld met het pleidooi voor behoud van het stadsdichterschap door de Haarlemse kunstenaar Gerrit van Dijk: http://www.youtube.com/watch?v=E1ld4SMY-NM

Haarlem, het Spaarne boven

De stadsplattegrond van Haarlem

De dichter en de stad

Pleidooi voor het voortzetten van het stadsdichtersambt

(ingesproken op 1 maart bij de gemeenteraadscommissie, n.a.v. de voorgenomen bezuiniging van 100 % op de vergoeding voor de stadsdichter vanaf 2013)

Het is nog maar betrekkelijk kort geleden dat ik werd gekozen en geïnstalleerd als stadsdichter van Haarlem. Twee jaar geleden overhandigde wethouder van Velzen mij dit koffertje als symbool van mijn ambt. De inhoud blijft geheim, maar wel kan ik verklappen dat hij het had gevuld met attributen die mij van pas zouden komen bij de vervulling van mijn taak.



Voor de overdracht en het tekenen van mijn contract had hij ook mijn voorganger Zingende Zaag-voorman George Moorman op zijn kamer in het stadhuis uitgenodigd. Het was een feestelijke en tegelijk plechtige bijeenkomst, die mij sterkte in het idee dat de stad mij en mijn functie serieus nam.

De afgelopen periode heb ik mij naar eer en geweten van mijn opdracht gekweten, in de veronderstelling dat ik na vier jaar het koffertje, gevuld met mijn gedichten, door zou geven aan een opvolger, die op zijn beurt ook weer een opvolger zou krijgen, enzovoort, enzovoort.

Ik ging ervan uit dat ik deel uit zou maken van een traditie: van een lange reeks stadsdichters, die allen de hoogte- en dieptepunten in de geschiedenis van de stad op hun eigen manier vastlegden. Ik kon me zelfs voorstellen dat het nageslacht ons er dankbaar voor zou zijn.

Zo niet als de huidige voorstellen doorgaan. In de krant las ik dat het stadsdichterschap na mij zou worden wegbezuinigd. De redenen heb ik tot op heden niet vernomen, maar hoe dan ook: het valt mij rauw op mijn dak. Ik heb er een gedicht over geschreven.


DE DICHTER EN DE STAD


Dichter was ik en tot
stadsdichter heb ik het gebracht

ik mag rijmen, lieren, lallen
onvolprezen waarheden brallen
laatdunkend wezensvreemd waarachtige
waanzin op de muren knallen
op pleinen en in de grachten
lelijke en liefdevolle woorden laten vallen

en daarvoor mag men mij
- met een gevoeld waarderen -
giraal een beetje compenseren

als men dat zou willen
komt er na mij nog een dichter
en na die dichter weer een dichter

met gekrulde stilte
om de lippen
wilde inkten
en een Haarlems hart

Stadsgedichten 2009


HET SPAARNE IS KROM


Het Spaarne
is net zo krom als ik
zich slingerend door de stad
- de stad die zich eigenlijk
rondom haar heeft geslingerd
(maar dat is de rivier vergeten).

Ik slinger me ook door de stad
de stad slingert zich om mij
ik slinger wat rond, maak hernieuwd
en hernieuwd kennis met
het Spaarnewater, klets wat
met de Spaarnesteders, terwijl het
Spaarne met mij meeloopt, ze
neemt op, voert weg
voert aan, geeft aan ons
neemt af en toe
een van ons
of alleen onze tas, onze fiets
komt dan weer terug met verhalen
‘ja maar het is door mij dat jullie bestaan!’

En dat is waar
de Haarlemmers
zijn Haarlemmers

omdat zij zich
rondom dat water
hebben gegaard

December 2009- voor Spaarne-expositie in het ABC architectuurscentrum.


DE STADSRECHTEN VAN HAARLEM


Vandaag was ik tezamen
met de stadsrechten van Haarlem

Vel van 764 jaar oud schaap
en ik
en letters
bepalingen, recht

Ik raakte met één vinger
zacht het perkament
vingerafdruk op vingerafdruk
van deze of gene in het zeer
verre verleden
Willem II, de schout, de schepenen
en ik

En een zegel
bezegelde rechten
van 764 jaar oude mensen
in een kartonnen doos
archiefnummer 11 en 12
deze kant boven
doos dicht, stadsrecht
weer terug in rek

En ik
in het verre heden
heb nog heel even
naar de doos gekeken:

de burgerziel
toen eindelijk beschermd

23 november 2009, bij de 764ste verjaardag van Haarlem.


VOOR HAARLEM

Ik droomde me een man als een kunstwerk
en ik moest naar Haarlem gaan

Ik droomde van Oude Meesters, op een vingerknip
beschikbaar, om de hoek van de straat
en ik moest naar Haarlem gaan

Ik droomde me kunstenaars in galeries
kunstenaars op terrassen, kunstenaars als vrienden
en ik moest in Haarlem zijn

Ik droomde vaten vol kunstig bier
door bierkunstenaars gebrouwen en ik moest
in Haarlem drinken

Ik droomde me een stad die niet bestaat
een stad als een kunstwerk, uitgevouwen
over de grond door vaardige creatoren

een stad waarin ik rond zou lopen
o en ah zou zuchten

ik droomde me een stad
die bestaat
van mooi

10 november 2009- bij de bekendmaking van Kunststad van het jaar 2010 in de Gravenzaal op 10 november 2009, waarbij ook Haarlem was genomineerd. Haarlem was zelf Kunststad 2008/2009.


ZOO HAERLEM

Haarlem is duizend bloemen op mijn hoed
een zeereep in mijn gemoed, Bomans
onder mijn oksel – die me af en toe groet
met een kwinkslag.

Haarlem is fietsen op de Grote Markt
en stampvoeten om een parkeerplaats
oude heerengeesten die tevreden achter
rijk geornamenteerde gevels zuchten.

Haarlem is oud, waar nieuw op kan bouwen
wortels zo diep als de Bavo hoog is – dat
benne pas fundamenten, vriendelijke mensen
met kleuren van welk oog dan ook.

Haarlem is een dorp, met heel veel mooie
mevrouwen - waarmee niemand durft te trouwen
Joop loopt hier rond en Adriaan maalde
hier op de wind om te brouwen.

Wie Haarlem bewandelt die gaat van haar
houden, wie er niet woont die droomt ervan,
wie hier droomt gaat over tot daden:

wie Haarlemmer is, kan Haarlem bevolken;
zooalsch hier het Volk is, zoo zal Haerlem zijn!

30 juni 2009


GEEN BRUG TEVEEL

Er is niet één brug teveel op de wereld.
Bouw een brug, verbind twee oevers
en - of je een goede of een slechte brug
gebouwd hebt - of iets gesloopt hebt
- iets niet hebt voorzien:

de mensen gaan eroverheen.

Dat is de brug: dat de mensen eroverheen gaan.
Dat zijn de mensen: ze willen over een brug.

Bouw in je hoofd een brug
bouw in je hoofd twee bruggen, bouw
in je hoofd drie, bouw honderdduizend bruggen
van beton, staal, katoen, piepschuim, blik,
aanlegsteigers, lucht, miljoenen en inkt

en als je het zat wordt
loop er dan eens even overheen

Juni 2009 - gepubliceerd in ‘Met de stroom mee, het Spaarne van pontje tot sluis’ van Richard Stekelenburg.



DE LAATSTE EXPOSITIE

In een kerk zonder geloof
het geloof terugbrengen, het
neerzetten, ophangen, vertellen.
Het geloof is gezegd. Het is
gezien gehoord gezwegen.
Het wordt weer opgeruimd.

In de kerk zonder geloof
komen de scheurenherstellers
de dakbekleders, de fundamentenexperts.
Onder hun helmen als gewelven
schuilen de naar Zijn beeld geschapenen
en de naar Zijn beeld geschapenen
doen hun werk.

Gaaf wordt de kerk. Gaaf.
Een gaaf Godshuis – maar dan zonder
Schepper, redder. Patat
zonder mayonaise – is nog steeds lekker.

Zolang er niet wordt gehandeld,
gedanst, gekapt, gegokt en gebrouwen
is de Bakenesserkerk één
van onze liefste gebouwen.

Gemeente zij lof: op ons oudste plekje
schept zij – zo logisch –
een archeologische Hof

15 maart 2009 - bij de aankoop en restauratie door de gemeente van de 15de eeuwse Bakenesserkerk, waar sinds kort de afdeling Archeologie van Haarlem en een Publieksinformatiecentrum zijn ondergebracht. De laatste tijdelijke expositie van beeldende kunstvereniging KZOD had als thema: ‘Ik geloof…’.



GEEN A ZIJN


Toen de boekdrukkunst uitgevonden moest worden
werd de boekdrukkunst uitgevonden. Hier en daar
werd de boekdrukkunst uitgevonden.
Toen de boekdrukkunst eenmaal uitgevonden was,
gingen de mensen lezen. Toen er gelezen werd,
werd men blij. Van het lezen. Over de hele wereld
werd men blij van het lezen en men wilde de
uitvinders van de boekdrukkunst eren. Het liefst een
in eigen land. Sommige landen hadden geen
uitvinder van de boekdrukkunst (misschien wel een
uitvinder van de drukletter, maar dat is nog geen
boekdrukkunst. Neen). Ons land had er wel een.
En in de stad waar de boekdrukkunst voor het eerst
werd gebezigd richtte men een standbeeld op.
Voor de vinder, de eerlijke vinder van de boekdrukkunst.

Coster drukt
een A op de Grote Markt
een A op de passanten
een A op alle baby’s
een A op de haringen van Lijnzaat
een A op mij als ik langsfiets, bedenk

dat ik geen A wil zijn, meer neig naar
een weldoorvoede B
een rondcirkelende C
of een zacht slapende Z – die ik gelukkig
vind aan de andere kant van de kerk

11 februari 2009 - bij het standbeeld van de vermeende Haarlemse uitvinder van de boekdrukkunst Laurens Janszoon Coster, geschreven voor de Ampzing Broodkast stadsdichtersverkiezingsavond.

Stadsgedichten 2010


DAG HFC



Ik huil niet
om voetbal en voetbal huilt

niet om mij. Zo is er evenwicht.
Tussen voetbal en mij. Wij huilen niet

om mekaar. We houden niet van mekaar.
We staan elkaar niet bij. Dat is mooi. Dat is

evenwicht. Er kan niks mis gaan, niks tussen
voetbal en mij. Er valt niks te verpesten. Er

zullen geen harde woorden vallen en ook
geen klappen. Voetbal voet zijn bal,

ik dicht mijn ding en we zullen
altijd zonder elkaar

verder kunnen




WAAR DOORGAANS DEUREN DICHT


Waar doorgaans deuren dicht zijn
staan ze plotsklaps open
banier erboven, we mogen naar binnen.

Daar gaat de kunstenaar ons bekijken
terwijl wij kijken naar zijn werk
- en we kunnen ook wat kopen, alle
kunstkruidenieren zijn twee dagen lang
geopend.

Waar de werken doorgaans verscholen
liggen in de ateliers, daar mogen wij
nu lopen. En we lopen niet alleen;
de dingenmakers en de dingenkijkers
blijken elkaar weleens te mogen
– wil je wijn of thee?

Er zijn overal ogen
binnen en buiten, in glas, verf, papier
touw, brons en steen.

We mochten nergens meer in geloven
maar soms zijn we
in het mooie
nog een beetje één

Bij het 25-jarig jubileum van de Kunstlijn op 5 november 2010.



AUTO'S BRANDEN & HET ONVERSTOORDE WOORD


Ik was maar eens thuis gebleven
er zijn van die avonden
dat de poëzie niet lonkt.

In de Waag werden woorden
per ons en per pond
door aandachtige oren gehoord.

Naast de Waag stonden die andere vehikels
voor het vervoeren van de mensenzielen
en toen was er een vonk…

Tètu Tètu kan het dichtershart niet storen
en van een beetje rook wordt een dichter blij
- de stem wordt wat sonoorder.

Ik was er niet
op die onverstoorde dichtersavond.
Ik zat thuis, stelde me voor
hoe het was om je vehikel
voorgoed te hebben verloren.

Weet je nog toen, dat gedicht
dat - net geschreven, vers -
op een papiertje van de ober
door een woeste wind van het
terras werd meegenomen en
vervoerd naar verre oorden?

Weet je nog, de afwezigheid toen, ook
van doden en gewonden?

Bij de brand in de Appelaargarage en 'Woorden in de Waag' op 26 oktober 2010.



DE ONSTERFELIJKHEID VAN EEN BIERKROES



Aardewerk valt
uiteen als de mens

en de mens valt
verder uiteen in

de aarde en het
aardewerk wordt

weer aaneengezet
door de mens waardoor

ik nu een bierkroes uit het
jaar nul of, om preciezer te

zijn, uit veertienhonderdvijftig
in mijn handen heb - goede lijm,

geweldige conservatoren hebben
alle scherven in elkaar gelegd

ik leg de bierkroes in mijn
handen en besef dat de

onsterfelijkheid van
een bierkroes

in de handen
kan liggen

van één mens


Bij de opening van de tentoonstelling Proost! Bierbrouwen in Haarlem 1250-1650 in het Archeologisch Museum op 21 oktober 2010.



WIE ZIJ IS


Ik ben nog niks
ik ben een wurm
een larf, nog heel
geen ik, ik had
een moeder en
ik ken haar
niet van kijken
naar haar ogen
of van luisteren
wat zij zegt.

Wie zij is
dat weet ik wel
ik was in haar
zij was om mij
ik was er nog
niet helemaal echt.

‘Moeder’
weet ik later
ik had een
‘moeder’.

Maar voordat ik

mamacita, mamãe
mamma, ma

kon zeggen
was zij weg

Bij de estafette voor wereldmoeders van Simavi op 6 september 2010.



MARIA OP REIS


Maria op een baar werd langs
de burgemeester gedragen.
De stokoude Maria
en de jonge burgemeester
wisselden een blik.
In mijn eentje zegende ik
het hele College. Dat mag je doen,
je mag ieder ogenblik alles en iedereen
je zegen geven.
De priester zegende.
De bisschop zegende.
De katholieken zegenden
en we gingen weer verder
met de baar
waarop de vrouw van de bloemen
die oude plekken terugzag.
‘Dag Bavo’, fluisterde ze.
‘Dag Waalse Kerk’.
‘Ik heb genoten’, haastte een hoerenloper
zich door de menigte
- de katholieken bleven sterk.
Maria achter de ramen
brandde een kaarsje
met een kind op haar arm
een andere Maria had
een kerel tussen haar knieën
en Onze Maria
stak haar kroontje omhoog, waardig.
Geloven in een Dame bestaat.

Bij de Mariaprocessie in Haarlem op 20 juni 2010



HERDENKING 4 MEI


Ik en de oorlog.
De oorlog en ik – ofschoon ik nog nooit
in oorlog geweest ben. Mijn vader
marcheerde door Haarlem. Maar dat was
ná de oorlog. ‘Ik mocht van een
Duitse soldaat op de tank’, herinnert zich
mijn vader – een jongetje in de oorlog
in Sassem.
In Haarlem vielen bommen
verdwenen mensen
werden schoten gelost
goede schoten, foute schoten
raak en mis.

Bezet gebied;
verzet gebiedt.

Nu praten. Wie nog weet, verstrekke het weten
– het wezen van de oorlog aan de
niet-wetenden, de indirect-overlevenden,
aan mij.

Vergeten is een gemiste kans.
We doen zo veel zo vaak – fout
raak – voor helemaal niets
opnieuw over

4 mei 2010 bij het herdenkingsconcert van Bevrijdingspop

Filmpjes

Filmpje van de zingende zaag tijdens de Haarlemse Dichtlijn 2011. Met gitaarondersteuning van André Rooijmans.

Filmpje van stadsgedicht Geen A zijn op Haarlemms Dagblad.nl

Filmpje van de noothulp van Sylvia Hubers en violiste Suzanne Groot tijdens de Letterenloop 2009.

De stadsdichter op zingende zaag

Manlief schaakt in het Duits

De mooiste koe